It Is the Night

SHORT STORY | NL / EN | JULY 2024 | Previously published in Mnemotope 005 (Bog Bodies Press)

Het is de nacht.
We werden wakker, zij en ik.
Ze voelt zich brand, zegt ze.
Ze is nog klein, ze kent de woorden voor dromen niet.
Brand, gebaart ze weer. (een gevoel dat zich aan haar brandt? een diepgrauw verdrietig iets? bedoelt ze misschien? Een bonkende herinnering achter haar slapen, een zwarte onscherpe olievlek — uitdijend.)
Grote gillende dingen gebaart ze.
Ik begrijp het, sus ik, ik strijk haar dons weg, ik meen het. Ik ken de brand inmiddels. Oude vrienden weten nog waar je woont.

Als er zich niets in haar roert, slapen we samen diepe winters.
Op een zachtjes sluimerende manier, stillig, in het grote bed.
Haar kinderhandjes fijn gevangen in de warme ruimte tussen onze lichamen in.
Soms beweegt er iets onder haar oppervlak — draait iets zich om, kijkt me vanonder aan met glazen ogen.
Maar het bonkt niet en blijft klein.

Het is de nacht. 
We laten ons weer vallen, terug de slaap in.
Val maar. Ze wordt langzaam meer lijf dan meisje. Ik zie haar ver weg worden, een stipje op de horizon dat zich kromt naar de planeet.
In de kamer, waar zij al bijna niet meer is, zie ik met het klapperen van de kozijnen ineens twee stille, vaalwitte geestverschijningen fladderend voor ons bed staan. 
Val maar, val maar, denk ik, haar gezichtje warm en zwaar op mijn borst. 
—snel, voordat ze zien dat we nog wakker zijn!

De geesten bollen op uit de ramen en groeien driftig groot, torenen over ons bed heen mijn ogen in. Ze marcheren, zo het parket over, de dekens in—

Ik zie het de gordijnen maar zijn, fladderend van de tocht door het enkelglas.
 
Ze slaapt.



© Merle Findhammer.